sander groen | freelance lifestyle- en reisjournalist
bekijk de foto's bij dit artikel



























bekijk de foto's bij dit artikel


Slapen in de Serra
• Palma de Mallorca: Dalt Murada is een boetiekhotel met drie kamers en vijf suites vol antiek meubilair, grote tapijten, luie banken, kroonluchters, statige schilderijen en hemelbedden. 2pk va. € 149, www.daltmurada.com
• Sóller: Ca’s Xorc huist in een voormalige olijfoliemolen met meeslepend uitzicht, tien kamers en een uitstekend restaurant. 2pk va. € 160, www.casxorc.com
• Valldemossa: Valldemossa Hotel heeft rustieke charme en knipmessende obers plus een 360-graden-panorama van vallei, bergtoppen en klooster. 2pk va. € 265, www.valldemossahotel.com
• Deià: La Residencia is de luxueuze keuze van rijk en beroemd zónder tweede huis in Deià, met 37 kamers en 22 suites, waarvan drie met plonsbad. 2pk va. € 280, www.hotellaresidencia.com
• Lluc: Hemels slapen kan in 129 kloostercellen met elk een bureautje, tv’tje en badkamertje. In een lijstje boven het bed waakt de Heilige Maagd over uw zachte nachtrust. 2pk € 31, www.lluc.net
• Cala de Sant Vicenç: Het strak witte strandhotel Niu telt twee dozijn opgeruimde kamers – vraag wel om een balkonnetje met zeezicht. 2pk va. € 58, www.hoposa.es
• Formentor: Hotel Formentor is het enige hotel op het schiereiland. Binnen elke prijscategorie zijn er grote verschillen; bekijk eerst een paar kamers en maak dan je keuze. 2pk va. € 216, www.barceloformentor.com

Mallorca Praktisch
Hoe kom je er?
Rechtstreeks van Amsterdam naar Mallorca met Air Berlin (hele jaar, va. € 111 retour incl. tax en toeslagen, www.airberlin.nl) of Transavia (april-oktober, va. € 144, www.transavia.com).
Lokaal vervoer
Het openbaar vervoer op Mallorca is goed en goedkoop. Vanuit Palma vertrekken twee treintjes: een antieke boemel naar Sóller en een moderne diesel naar Inca. Vanuit Inca rijden bussen naar Lluc en via Pollença naar Formentor. Dragonera is bereikbaar vanuit Palma: per bus naar Sant Elm en dan per veerboot of watertaxi naar het eiland. Valldemossa en Deià zijn bereikbaar per bus vanuit Sóller. Let wel: met het OV kom je bijna overal, maar het aantal verbindingen is beperkt, vooral op zondag. Plan je reis van tevoren; zie tib.caib.es voor de dienstregelingen.
Reisgidsen
De Engelstalige Time Out Mallorca (2e ed. 2006, 288p., € 16,99) staat bomvol tips en trips, de leukste hotels en beste restaurants. De Rough Guide Mallorca (4e ed. 2007, 367p., € 15,99) is nog iets uitgebreider. In het Nederlands zijn er de ANWB Extra Mallorca (€ 7,95) en Marco Polo Mallorca (€ 6,90), beide heel beknopt. De handigste gids is de Guide to Northern Mallorca – Serra de Tramuntana (ter plekke € 12 of bestellen via reisboekenwinkel Pied à Terre, www.piedapedia.nl), met beschrijvingen van zelfs het kleinste baaitje of gehucht, zes autoroutes en veertien wandeltochten.
Informatie
Voor vertrek: Spaans Verkeersbureau, tel. 070 346 5900, www.spaansverkeersbureau.nl. Ter plekke: VVV’tjes op de luchthaven en in Palma op Plaça Espanya, Plaça la Reina en Passeig des Born.
Dronken Duitsers en brullende Britten verdringen elkaar op de stranden van Mallorca, maar pak een boemeltreintje door de bergen en je ziet een heel andere kant van dit vakantie-eiland.

Mallorca's Wilde Westen

Tekst en foto's: Sander Groen | AD Reiswereld | 11 oktober 2008

Ver weg van de betonnen bunkerhotels en het massatoerisme van s'Arenal en Magaluf aan de Baai van Palma, zijn ze nog wél te vinden: Mallorcanen die geen Duits spreken, frisse berglucht, charmante terrasjes, stille stranden en rust en ruimte. Maar daarvoor moet wel even de ruggengraat van Mallorca worden overgestoken, de Serra de Tramuntana. Formentor is de noordelijke uitloper, eilandje Dragonera voor de zuidwestpunt is het begin van de grillige bergketen met toppen tot bijna 1500 meter.

Drakeneiland
De bonkige piraat Roodbaard gebruikte het ruige Dragonera in de vuige middeleeuwen als uitvalsbasis voor bloedige plundertochten op Mallorca en Menorca. Naar het schijnt waart zijn geest hier nog rond. Wie weet is dat de reden dat het, tegen alle Mallorcaanse natuurwetten in, zomaar kan beginnen te spoken op het ‘Drakeneiland’.

Maar zelfs bij miezerig weer is dit mini-eiland voor de zuidwestelijkste punt van Mallorca een natuurwalhalla van jewelste. Het onbewoonde eiland, waarvan de vorm met veel fantasie inderdaad wel wat wegheeft van een uitgetelde draak, vormt met drie andere vlekjes op de kaart het beschermde Parc Natural de sa Dragonera. Met vier bij één kilometer is Dragonera klein genoeg om niet te verdwalen en groot genoeg om te dwalen van de ene naar de andere vuurtoren. Of bedwing voor een puik panorama de 353 meter hoge top van de Puig de Na Popia.

Lukraak ronddolen is er niet bij; parkwachters hebben vier routes uitgestippeld, variërend in lengte van een halfuurtje kuieren tot drie uur klauteren over de kalkstenen rotsen. De rest van het eiland is spergebied – daar wonen de Eleonora’s valk en bedreigde Audouin’s meeuw, plus een ondersoort van de Balearenhagedis met blauwe buik, die alleen hier leeft en nergens anders ter wereld. Ook de onderwaterwereld is geweldig: daar duik je tussen de barracuda’s, roggen, murenen, octopussen en dolfijnen.

Balearisch boemelen
Terug in Palma wacht op het stationnetje van de Ferrocarril de Sóller een mahoniehouten treintje met glimmend gepoetste koperen toeters en bellen. De machinist, compleet met kleppet en krulsnor, trekt aan de stoomfluit, de al even ouderwets uitgedoste conducteur spoort treuzelende toeristen aan om voort te maken. Klim aan boord en je gaat honderd jaar terug in de tijd.

Al bijna honderd jaar boemelt deze teletijdmachine over een hobbelig smalspoor dwars door de Serra de Tramuntana van Palma naar Sóller. Bloed, zweet en tranen kostte het om het bergspoor aan te leggen, plus een paar mensenlevens. Maar het resultaat mag er wezen: piepend en krakend klimt het houten treintje over talloze bruggen en door vele tunnels van zeeniveau naar duizend meter om daarna via keerlussen en haarspeldbochten duizelingwekkend naar beneden te duikelen.

Sóller, een prachtdorp in een vruchtbare vallei vol palmen en pijnbomen en sinaasappelen en citroenen, is het eindpunt van de pretrit. Of toch niet: naast het jugendstilstation staat een open houten trammetje klaar, dat rakelings langs zonovergoten sangriaterrassen, dwars door sinaasappelboomgaarden, vlak langs een blauwe baai en een haven vol vissersbootjes naar het echte eindpunt boemelt: pittoresk Port de Sóller met een goudgeel zandstrand.

Chagrijnig boek
Na natuur en zonnebakken is het tijd voor cultuur. Schrijfster George Sand en componist Frédéric Chopin arriveerden in 1838 op het toen onbekende en exotische eiland Mallorca. Ze vonden een royaal onderkomen in het koninklijke kartuizerklooster van Valldemossa – het grote terras bood een meeslepend uitzicht op het glooiende landschap vol olijfbomen, palmen en cypressen en op de besneeuwde bergtoppen. Niks mis mee.

Maar hun reis naar het paradijs werd een nachtmerrie. In plaats van de beloofde milde mediterrane winter werd het stel onthaald op storm, mist, regen en vrieskou. De monnikencellen waarin ze woonden, waren reuze luxueus ingericht maar ook kil en vochtig. Sand lag overhoop met de lokale boerenbevolking, Chopins Pleyel-piano uit Parijs kwam maar niet, zijn bronchitis speelde op en hun relatie ging naar de knoppen. Na terugkeer in Frankrijk schreef Sand het van zich af in Een winter op Mallorca, het chagrijnigste boek ooit over een Balearisch eiland geschreven.

Gek genoeg ligt dat juist boek in grote stapels en alle talen op de toonbank, want dankzij Chopin en Sand groeide het kloosterdorp uit tot een van Mallorca’s grootste toeristentrekkers – met busladingen tegelijk worden de cellen van Chopin en Sand bewonderd. Dezelfde eilanders die zij omschreef als ‘onreine draken’, zijn niet te beroerd om nu een commercieel slaatje uit die ene barre winter te slaan. Ver weg in het veilige Frankrijk draait George Sand zich om in haar graf.

Bergdorp vol beroemdheden
Een andere beroemde buitenlander liet zich vol wél overtuiging op Mallorca begraven: Robert Graves, de Britse dichter en schrijver van I, Claudius. Zonder hem zou Deià nu een doodgewoon lodderig Balearisch bergdorp zijn geweest. Maar daar was Graves, met een stoet van minaressen, muzes en artistieke vrienden als Ava Gardner, Alec Guinness en Peter Ustinov in zijn kielzog en sindsdien is Deià hét jetsetoord van Mallorca, compleet met sterrenrestaurants en luxehotels, en chique optrekjes op de rotsen met zeezicht voor beroemde inwoners als Michael Douglas, Richard Branson, Claudia Schiffer en Mick Jagger.

Deià is dan ook een plaatje: hoog op een heuvel boven olijf- en wijngaarden en omringd door de majestueuze toppen van de Serra de Tramuntana. Steile kronkelstraatjes worden geflankeerd door kunstenaarsateliers in honingkleurige stenen huisjes in Mallorcaanse stijl en in de weelderige tuin van vijfsterrenhotel La Residencia is het bij een koel wijntje fijn uitblazen na een inspannende of ontspannende bergwandeling; respectievelijk naar Llucalcari, het dorpje waar Picasso een tijdje woonde en werkte, of het al even pittoreske Cala de Deià, zeg maar Deià aan Zee.

Eén probleempje maar: ruimte is schaars in het tegen de bergwand opgebouwde Deià. Die vloek is eigenlijk een zegen: met de auto is het schier onmogelijk om een parkeerplaats te vinden en sightseeingbussen mogen hier niet stoppen. Veel toeristen mijden Deià daarom, waardoor het bergdorp een oase van rust is. Maar wel een oase vol beroemdheden.

Sacraal logeren
Die rust is ver te zoeken in Lluc, een kloosterdorpje op een panoramische prachtplek en dé heiligste plek van Mallorca. Het is de eindhalte van het pelgrimspad naar La Moreneta, een donkerbruin houten beeldje van de Heilige Maagd dat sinds de 13e eeuw omgeven is met wonderen. Ook eeuwenoud is het jongenskoor Els Blauets, dat hier dagelijks de sterren van de hemel zingt. Niet dat je er veel van te zien krijgt: in het kapelletje met de zwarte Maria staan wel duizend klikklakkende toeristen voor je neus en ook in de basiliek met koorknapen is het dringen geblazen. Drukke boel in Lluc.

Hier is de remedie: blijf logeren. Je eigen ‘cel’ in het klooster kost een habbekrats en is basic, maar niet spartaans. Na vijven heb je het klooster zomaar voor jezelf; zodra de tourbussen vertrokken zijn, is Lluc een en al gewijde rust en ruimte.

De basiliek is tot acht uur open en het wonderlijke Mariabeeldje is uitgebreid van dichtbij te bestuderen. Steek in alle rust op de binnenplaats een kaarsje op of wandel over het ‘Pad der Wonderen’ naar een foeilelijk kruis met wonderschoon uitzicht. Rond zonsondergang word je bezoek aan de botanische kloostertuin muzikaal begeleid door de engelenstemmen van oefenende koorknapen. Was je nog niet spiritueel, dan zou je het in Lluc zomaar worden. Maar alleen als je er een nachtje over wilt slapen.

Las Calas
Cultuur en erfgoed is allemaal leuk en aardig, maar soms wil een mens ongeremd ontspannen. Geen betere plek daarvoor dan Cala Sant Vicenç. Onontdekt is het afgelegen vissersdorp allerminst; er staan een paar lelijke pakkethotels en in augustus is het ook hier druk – hoewel je ook weer geen Magaluf-achtige taferelen hoeft te verwachten. De rest van het jaar is het stil en oogstrelend.

Cala zou eigenlijk Las Calas moet heten; niet één maar vier beschutte baaitjes zijn er, allevier anders maar elk zo mooi dat ze zo op een ansicht kunnen. Cala Molins, Cala Clara en Cala Barques hebben elk mooie stranden van goudgeel zand en zijn omringd door restaurantterassen, van basic voor een snelle buffetlunch tot hip voor een bord vol verse vis. Alsof het zeezicht nog niet spectaculair genoeg is, zijn de baaitjes opgeleukt met een wirwar van uit de rotsen gehouwen trappetjes. Snorkelen kan zo vanaf het strand, er zijn waterfietsen, motorbootjes en kano’s te huur, plus ligbedjes en parasols om lekker languit te zonnebakken.

Tien minuten kuieren en je komt bij Cala Carbo, met een kiezelstrandje dat je op een zonnige nazomerdag zomaar voor jezelf hebt. Hier geen voorzieningen, maar neem een picknickmand met een koele fles cava mee, zoek een panoramisch plekje en je hebt de middag van je leven.

Ruig Formentor
Nog stiller is het op Mallorca’s meest afgelegen én mooiste plek: op schiereiland Formentor zijn de rotsen het ruigst, de bossen het borsteligst, de zandstranden het langst, de wegen het bochtigst, de ravijnen het diepst, de uitzichten het verst en de wandelpaden het dromerigst. Voor veel toeristen is Formentor niet meer dan een dagtrip per tourbus vanuit Palma, met Kodak-fotomomenten bij de Mirador des Colomer en de vuurtoren op de kaap. Dom, want je vermaakt je hier moeiteloos minstens een lang weekend.

Het enige hotel op Formentor is het oudste en beroemdste luxehotel van Mallorca. Hotel Formentor werd gebouwd in de jaren 20 door een steenrijke Argentijn voor zijn al even welgestelde vrienden – Winston Churchill, Charles Chaplin en Grace Kelly dartelden hier in het zwembad. De laatste decennia stond het afgelegen hotel te verpieteren en vielen de vijf sterren stuk voor stuk van de gevel. Maar onlangs werd het hotel door de Catalaanse keten Barceló in oude luister hersteld.

Een grand hotel als uit een prentenboek, pal aan een lang zandstrand met kraakhelder zeewater, omzoomd door rotsen en zacht ruisende pijnbomen. In de hoteltuin is een enorm zwembad en er is keuze uit liefst zes restaurants. Sla je spaarvarken maar stuk, want een kamer met zeezicht kost hier al snel driehonderd euro en een suite het dubbele. Eigenlijk een prikkie voor een vakantie in het paradijs.



Tekst en foto's: Sander Groen | AD Reiswereld | 11 oktober 2008



Vragen? Opmerkingen? Aanvullingen? Reageer!

  naam

 e-mail 

reactie



Reacties

"els" <elskroot@***> schreef op 15 januari 2009:
Hallo, ben van plan het voorjaar te gaan wandelen op Mallorca maar wil niet in een toeristisch gebied zitten. Welk advies zou je me kunne geven? Bedankt. Els

Mallorca is een groot eiland, maar ik vermoed dat je wilt wandelen in de Serra de Tramuntana? Dan is het klooster van Lluc een goede uitvalbasis. Ik kan niet zeggen dat het niet toeristisch is, maar in voor- en najaar valt het mee, en in de winter is het stil, hoewel sommige routes bij slecht weer niet begaanbaar zijn. De kamers in het klooster zijn goedkoop, het bijbehorende winkeltje verkoopt gidsen en wandelkaarten (een aanrader is de Guide to Northern Mallorca - Serra de Tramuntana met veertien wandelingen, ook online te bestellen) en ook het VVV'tje is goed op wandelaars ingesteld. Goede reis!